Wat eraan vooraf ging.

Na de moord op Willem van Oranje zaten de opstandige provincies in een lastig parket. Aan de ene kant was de sluwe hertog van Parma zeer succesvol in het terugveroveren van de opstandige steden, aan de andere kant werd naarstig gezocht naar steun bij een vorst van één van de omringende landen.

Die steun wordt gevonden bij Engeland, althans dat dacht men. Robert Dudley, de graaf van Leicester, wordt door koningin Elisabeth naar de Nederlanden gestuurd om het heft daar in handen te nemen. Maar haar idee daarvan was een andere dan die van de Staten van Holland. Elisabeth wilde geen ruzie met de Spaanse koning en plaatste Leicester in een lastig parket: hij mocht niets doen wat de Spanjaarden tegen de haren instreek. En dat terwijl de Staten van Holland wilden dat Leicester verantwoording aan de staten aflegde en juist de Nederlanden aanvoerde tegen de Spanjaarden.

Eind 1587 werd Leicester weer terug geroepen. In 1588 wordt de Spaanse Armada verslagen, en als in 1589 de Franse koning sterft wil Philips II dat de hertog van Parma zich met Frankrijk gaat bemoeien. Dat geeft prins Maurits en Van Oldenbarnevelt weer ruimte om iets van terrein terug te winnen.

Het kasteel van Polanen in Breda was een kasteel dat al heel lang in het bezit van de familie Van Nassau was geweest. Ook Willem van Oranje had er een gelukkige tijd gewoond met zijn eerste vrouw. Maar Breda was in 1581 door een aantal generaals van de hertog van Parma veroverd op de opstandelingen en sindsdien in Spaanse handen gebleven. Maar nu zou zich een gelegenheid voordoen die daarin verandering kon brengen.

Het verhaal van het Turfschip van Breda.

In de zomer van 1589 kwam prins Maurits bij toeval een turfschipper uit Leur tegen, Willem van Bergen. Willem vertelde Maurits dat hij met enige regelmaat turf leverde aan de Spanjaarden in Breda, en de turf brengt tot op het terrein van het kasteel van Polanen. Zo kon hij in het ruim van zijn schepen soldaten verstoppen, en zo konden de Spanjaarden worden verrast. Maurits had hier wel oren naar. Willem van Oranje had ooit al gesproken over de achilleshiel van Breda: de toegang over water. En na een eerdere vergeefse poging van Maurits Breda te heroveren lag hier een mooie kans. Maurits gebood Willem met niemand over het idee te praten, hij moest het plan bespreken met Van Oldenbarnevelt, en de zaken gaan organiseren.

Van Oldenbarnevelt zag hierin een mooie kans. Maar Maurits mocht zelf niet de leiding nemen, dat was veel te riskant. En de commandant moest enige ervaring hebben, geen jonge hond zijn. De sluwe Van Oldenbarnevelt liet zijn oog van op de Kamerijkse edelman Charles de Héraugière. Ter voorbereiding van de aanval werd De Heraugière overgeplaatst naar Zevenbergen, vlak bij Breda. En Philips van Hohenlo werd aangewezen als commandant van de troepen die Breda van buitenaf zouden aanvallen. Langzaam kreeg het plan zijn definitieve vorm.

In Breda werden de Spanjaarden onrustig. De commandant namens de hertog van Parma was de Italiaan Odoardo Lanciavecchia. Hij had zijn voelhorens uitstaan en vermoedde dat Maurits bezig was een aanval voor te bereiden op Geertruidenberg. Eind februari besloot de oude vos Lanciavecchia om naar Geertruidenberg te gaan, en Breda over te laten aan het commando van zijn zoon Paulo Antonio. Die beschikte over een zestal vaandels (elk ongeveer 100 man) in de stad en nog een 50 man op het kasteel zelf.

De Heraugière had 75 manschappen met zorg uitgekozen. En de uitvoering van het plan kon beginnen.
De 75 manschappen verstopten zich in het schip, overladen met turf. De schippers hadden een bestelling uit het kasteel van Breda gekregen, en daarom verwachtten de bevelhebbers in Breda deze lading ook. Maar dat deze vol zouden zitten met de beste soldaten, vermoedden ze natuurlijk niet.

Pas op 2 maart konden ze vertrekken. De soldaten hadden toen al aardig wat spierpijn van het zitten in een kleine ruimte. Er werd al behoorlijk geklaagd, en De Heraugière moest de gemoederen sussen. Gelukkig was hij een man met ervaring en overwicht en kon hij zijn manschappen stil houden.

De vertraging had één voordeel: Breda vierde inmiddels carnaval. Men kon dus misschien wel rekenen op een slappe bewaking, want iedereen wilde feest vieren.

Vlakbij Breda komt het turfschip een Spaans bootje tegemoet met een korporaal die het schip ging inspecteren. Iedereen moest nu muisstil zijn. En toen deze korporaal het schip doorliet moesten ze nog een sluis door. En tot overmaat van ramp raakte het schip lek en er ontstond een laagje ijskoud water in het ruim van het schip. De kou begon nu wel erg toe te slaan. De Heraugière sprak zijn mannen moed in, “nog even en de overwinning is van ons!”. Toen de sluis open ging trokken Spaanse soldaten het schip tussen de ijsschotsen verder. En het schip werd vastgelegd aan wal naast het kasteel.

Het wachten was op de duisternis. De mannen moesten allemaal hoesten maar dat kon natuurlijk niet. Schipper Adriaen van Bergen wist het geluid te overstemmen door hard met zijn pomp te werken. Ook wist hij heel handig de Spaanse soldaten van zich af te houden door hen drinkgeld te geven. Een van de schippers wist Breda uit te glippen om Maurits op de hoogte te stellen. Van Hohenlo werd in paraatheid gebracht!

Tegen 11 uur ’s avonds kwamen de soldaten uit het schip. Ze werken volgens een plan. De wachten moesten uitgeschakeld worden, dan ging een groep naar de bolwerken van de vesting om hetzelfde te doen. Een deel ging naar het kasteel. Er werd geschoten, Paulo Antonio probeerde een tegenaanval. En de soldaten van de vendels die in de stad aan het feesten waren probeerden de poort naar het kasteel te openen, maar gaven het al snel op. Paulo Antonio Lanciavecchia gaf zich over. Daarna kwam Van Hohenlo met zijn ruiters en de stad werd bezet. En om de overwinning compleet te maken kwam Maurits Breda binnen!

Er waren slechts twee soldaten van De Heraugière gesneuveld tegen 37 Spanjaarden. Er werden door Maurits mooie beloningen uitgedeeld aan de hoofdpersonen van deze overwinning. En in het kamp van Parma werden zware straffen uitgedeeld. De Spanjaarden waren vernederd door deze opmerkelijke list, een van de meest aansprekende gebeurtenissen van onze geschiedenis.

Wat erop volgde.

Met Breda hadden de opstandelingen een morele klap uitgedeeld aan de Spanjaarden. Maar de oorlog was nog verre van voorbij. In juni 1625 moet Breda zich overgeven aan de Spaanse veldheer Spinola nadat een belegering de stad had uitgehongerd. Toen de Spanjaarden bezit hadden genomen van de stad, hebben zij geprobeerd alle sporen van de schande van 1590 uit te wissen. Brieven en rekeningen werden verbrand, resten van het turfschip en allerlei zilveren voorwerpen die gemaakt waren na de verovering eveneens.
In 1637 is het Frederik Hendrik die Breda definitief herovert op de Spanjaarden. Van een groot Spaans offensief is daarna geen sprake meer.