Kenau Simonsdochter Hasselaer was geboren in 1526 als dochter van Simon Gerritszoon Brouwer, toen burgemeester van Haarlem, en zijn vrouw Guerte Coenendochter Hasselaer. Zij trouwde in 1544 met een vooraanstaande scheepsbouwer, Nanning Gerbrantszoon Borst. Zij hadden samen de scheepswerf van zijn vader, en kregen drie dochters en een zoon. In 1562 kwamhaar man kwam te overlijden stond Kenau er alleen voor.

Zij nam het heft op de werf in eigen handen. Zij bouwde schepen voor op zee en op de binnenvaart, en haar klanten kwamen uit vele verschillende plaatsen. Kenau was een lastige tante, betaalde je niet dan achtervolgde zij je gedurende jaren tot zij haar geld had. Zo heeft zij een belangrijk deel van haar leven geprocedeerd tegen vele verschillende schuldenaars en ging tot aan het Hof van Holland om haar gelijk te krijgen. Kenau was geen poesje om zonder handschoenen aan te pakken!

In 1572 begon het Beleg van Haarlem, en dat zou 10 maanden voortduren. In Haarlem moest iedereen meehelpen om de Spanjaarden te bestrijden. De vestingwerken waren verouderd en lagen er slecht bij. En vanaf de eerste dag schoten de Spaanse kanonnen honderden kogels op de muren in de hoop dat de zwakke plekken snel zouden instorten. Een gat in de muur zou een bestorming mogelijk maken, en de stad zou overspoeld worden door plunderende en moordende Spaanse soldaten. En daarom bepaalde het stadsbestuur dat ook vrouwen moesten meehelpen met de verdediging.
Dit alles vroeg om een goede organisatie, en het is heel goed mogelijk dat Kenau met haar karakter en haar ervaring als reder hier een leidende rol heeft gespeeld. In ieder geval wordt Kenau genoemd in het allereerste verhaal over het Beleg van Haarlem dat verschenen is in 1573, nog tijdens het beleg zelf. Zij wordt genoemd “… een seer manlijcke vrou, die met recht een Mannine ghenoemt mocht worden….”. Vandaag de dag is dat nog steeds de betekenis van een Kenau!

Kenau verliet na de overgave Haarlem en werd in 1574 door de Staten van Holland benoemd tot waagmeester van Arnemuiden.
In 1588 voer zij met een eigen schip mee naar Noorwegen om hout te kopen voor haar bedrijf. Op 21 juni schreef zij naar haar dochters dat zij mee moest gaan omdat haar bemanning het liet afweten. Zij kwam niet meer terug, naar verluid gedood door piraten. Zo is deze markante vrouw op 62-jarige leeftijd ongetwijfeld strijdend te onder gegaan.